Archief 'Geschiedenis' Rubriek

IJzer

Onderwerp: Geschiedenis| Geen reacties »


In Engeland zijn diverse tuinen waar regelmatig ijzerslakken gevonden worden. Wie wat meer wil weten over de ijzerindustrie uit vroegere tijden, kan op http://www.de-veluwenaar.nl/2013/02/03/het-nederlandse-ruhrgebied/ meer informatie vinden.

De Miabank

Onderwerp: Algemeen, Geschiedenis, Landgoed Spelderholt| 3 Reacties »

De Miabank en de linde achter Spelderholt. Een stukje geschiedenis

Atlas van Apeldoorn: Beekbergen in de schijnwerper

Onderwerp: Geschiedenis, Publiciteit| Geen reacties »

CODA besteedt regelmatig en op verschillende manieren aandacht aan de rijke en interessante geschiedenis van Apeldoorn en omgeving. Zo start CODA tijdens Het Nationale Molenweekend op 15 mei bij de Ruitersmolen in Beekbergen de jaarlijkse editie van Atlas van Apeldoorn. Met Atlas van Apeldoorn geeft CODA bijzondere aandacht aan een dorp of wijk. Dit jaar staan de dorpen Beekbergen, Lieren en Oosterhuizen in de schijnwerpers.

Ik nodig u van harte uit de bijeenkomst op zondag 15 mei om 11.00 uur bij te wonen. Deze feestelijke aftrap heeft plaats bij de Ruitersmolen aan de Tullekensmolenweg 47 in Beekbergen.

Het programma is die ochtend als volgt:

11.00 uur ontvangst met koffie of thee;

11.15 uur een introductie van Carin Reinders, directeur/bestuurder CODA

Hierna kunt u vanaf 11.30 uur een keuze maken uit een gevarieerd programma dat u nader kennis laat maken met de Ruitersmolen, de prachtige omgeving of de bijzondere dorpen Beekbergen, Lieren en Oosterhuizen. U kunt bijvoorbeeld wandelend of fietsend de omgeving bekijken of onder leiding van een gids de Ruitersmolen bezoeken. Hieronder alvast een greep uit het gevarieerde aanbod van deze dag:

 

    • Fietstocht ‘Langs beken en enken’ onder begeleiding van het Fietsgilde Apeldoorn;
    • Rondleiding in de Ruitersmolen met een demonstratie papierscheppen en korenmalen;
    • Wandeling langs de Oude Beek;
    • Wandeltocht langs panelen op historische plekken onder leiding van het Apeldoorns Gidsen Collectief;
    • ‘Ommetje’ onder leiding van IVN natuur- en milieueducatie.

 

Ik heet u zondag 15 mei graag van harte welkom.

Vriendelijke groeten,

 

Carin E.M. Reinders

Directeur/bestuurder CODA

 

in_de_Schijnwerpers als bijlagepdf

Geschiedenis van Beekbergen in Museumcafé

Onderwerp: Algemeen, Geschiedenis| Geen reacties »

HISTORISCH CAFÉ VAN 1 APRIL 2011

Uitgaansleven in Apeldoorn in de 19e en 20e eeuw

De Atlas van Apeldoorn: Beekbergen

Op vrijdag 1 april 2011 van 17-19 uur vindt in het museumcafé van CODA weer een Historisch Café plaats. Dit keer besteden we aandacht aan het uitgaansleven in Apeldoorn in de 19e en 20e eeuw en aan de geschiedenis van het dorp Beekbergen.

Aan de Apeldoornse Nieuwstraat zijn de bouwwerkzaamheden voor een eigentijds filmtheater in volle gang. Met de sloop en nieuwbouw van Tivoli breekt een nieuwe fase aan in het Apeldoornse culturele leven. Kunsthistoricus Han Tetterode Ravenstein vertelt in het Historisch Café over de veranderingen die in de 19e en 20e eeuw optraden in het Apeldoornse culturele klimaat. Vanaf de tweede helft van de 19e eeuw groeide de bevolking door een sterke instroom van buitenaf. Apeldoorn verstedelijkte en de culturele belangstelling bij de Apeldoorners nam toe. Het uitgaansleven ontwikkelde zich ruwweg van volksvermaak buiten op kermissen en jaarmarkten naar podiumkunsten en film in het tegenwoordige theater. We zullen zien dat de toenmalige Sociëteit Park Tivoli, opgericht in 1869, een belangrijke rol heeft gespeeld in de ontwikkeling van het Apeldoornse uitgaansleven.

Vanaf 15 mei 2011 besteedt CODA speciale aandacht aan de fraaie dorpen Beekbergen, Lieren en Oosterhuizen. Margot Jongedijk, conservator van CODA, vertelt in het Historisch Café over de voorbereidingen voor deze editie van de ‘Atlas van Apeldoorn’. Net als in voorgaande edities kent deze Atlas enkele vaste ingrediënten: de panelenroute langs historisch interessante plekken in Beekbergen, een expositie en een aantal videoportretten van markante dorpsbewoners. Tijdens het Historisch Café maak u alvast kennis met Freule Hartsen, Anne Frank, Gradus ten Pas, Jochem Brouwer, jonkheer L.F. Teixeira de Mattos, Marten Orges, W.A. van de Walle en vele anderen.

Zoals gewoonlijk hoort u in het café ook de laatste ‘historische nieuwtjes’. U kunt er ook zelf uw nieuwsberichten kwijt. En natuurlijk is er alle gelegenheid om een hapje en drankje te nuttigen en om elkaar te ontmoeten.

Het Historisch Café wordt van 17.00 tot 19.00 gehouden bij CODA, Vosselmanstraat 299 in Apeldoorn. Het café is gratis toegankelijk.

Natuurlijk ontbreekt in het Historisch Café de muzikale noot niet.

Het Historisch Café is een initiatief van het Erfgoedplatform Apeldoorn.

Romeinse nederzetting in het Spelderholt

Onderwerp: Algemeen, Geschiedenis, Landgoed Spelderholt| Geen reacties »

Een bericht van de Apeldoornse Werkgroep Archeologie van 13 februari 2011 (http://www.archeologie-apeldoorn.nl/Spelderholt.htm)

In 2010 werden door de Apeldoornse Werkgroep Archeologie in de bossen tussen Beekbergen en Hoenderloo uit de kluit van aantal omgewaaide bomen ruim 100 scherven verzameld. Een eerste analyse leerde dat daartussen een tiental scherven zaten van typisch Romeins aardewerk, terwijl de rest lokaal baksel betreft, waarschijnlijk uit dezelfde tijd.

Romeins aardewerk uit het Spelderholt

Lokaal aardewerk uit het Spelderholt

Een analyse van de vondsten door specialisten moet meer helderheid geven, maar voorlopig lijkt het er op dat in het Spelderholt al in de Romeinse tijd een nederzetting heeft gelegen.

De vondst past ook goed met de resultaten van een opgraving uit 1937, ongeveer 1 kilometer verderop. Toen groef de beroemde Groningse archeoloog Van Giffen op een bospad een deel van een grafveld op met daarin vooral vroeg Middeleeuwse resten, maar ook oudere begravingen.

De Miabank – column door Jeroen Pol

Onderwerp: Geschiedenis, Landgoed Spelderholt| Geen reacties »

Jeroen Pol maakte een leuke column over de Miabank die ergens in het bos achter Spelderholt gestaan heeft of misschien nog wel staat.

Miabank

DSC_0375

Over de herkomst van de naam ‘Engeland’

Onderwerp: Geschiedenis| 1 Reactie »

Veel oude Nederlandse rijmpjes en kinderliedjes waarin het woord ‘Engeland’ voorkomt, kennen Duitse varianten waarin Engeland Hollerland wordt genoemd.
Hiermee wordt dan het onderaardse rijk van Holda bedoeld.
Holda is de voorchristelijke Godin en haar naam betekend zoveel als genadig, liefelijk en toegenegen.
Met Engeland in de Nederlandse liedjes wordt dus ook gedoeld op het onderaardse rijk van de grote Moedergodin.
Dat rijk kon bereikt worden door een bron, van waaruit ook de Godin haar rijk verlaat wanneer Zij zich onder de mensen begeeft. Ook vanuit diezelfde bron werden de kinderzielen door ooievaars en meikevers aan de barende vrouw gebracht.
De Germanen geloofden in een overzees dodenrijk dat per schip bereikt moest worden. In de prehistorische kunst wordt het schip als religieus symbool dan ook veelvuldig voorgesteld.
Een dodenrijk aan de overzijde van het water maakt het noodzakelijk dat ook de doden hun laatste reis per schip moeten ondernemen.
Zo werden de doden in Engeland en in Scandinavië in bepaalde tijden direct in een schip bijgezet en bestond in de vroege middeleeuwen het gebruik om steenplaten in de vorm van een schip om een graf te plaatsen. Zelfs de huisplattegronden krijgen scheepsvormig gebogen buitenmuren in de landen om de Noordzee. Zo ook hier op de Veluwe.
Middenin die periode duikt de naam Engelanderholt op in een schenkingsakte aan een klooster. Het Engelanderholt was het bos dat grensde aan het brongebied van de Oude Beek van Beekbergen; de eerder genoemde toegang tot de onderwereld met haar grafheuvels en dodenakkers. Dit gebied lag braak rondom depressies in het landschap waar het kwelwater uit de grond opwelt; hier komt vermoedelijk de naam Braclog (=braakliggend gat) vandaan.
Deze mythische toegang tot de verblijfplaats van de Godin die alle leven baart en dat ook weer tot zich terugneemt wordt in de vroege middeleeuwen in Nederland vereenzelvigd met het overzeese dodenrijk van de Germanen en gaat Engeland heten, dat ook over zee bereikt moest worden.
Brongebieden als die van Engeland werden ervaren als geheimzinnige locaties waar zich niet alleen de toegang tot het onderaardse dodenrijk van de Godin bevond maar van waaruit ook de vruchtbaarheid van mens, dier en gewas voortkwam. Engeland bedoeld een plaats aan te geven van de hoogste heiligheid en dito mythische betekenis. Een plaats waar de goddinnelijke wereld de aardse doordringt; een overgangsgebied derhalve.
De kerk heeft er alles aan gedaan om de herinnering aan deze geloofsvoorstellingen uit te wissen. Desondanks is het huidige buurtschap Engeland het tastbare bewijs van de schoonheid van de oudere geloofsvoorstellingen en voor wie er oog voor heeft zijn er nog vele tekenen die op de oude godinverering duiden.
Bovendien vormde Engeland, Bruggelen (met Herenhul), het Orderbos (wat naar Urthunsula is genoemd) en de Valkenberg eens een aaneengesloten heilig gebied dat in haar geheel gewijd was aan de Godin die naar de Noordse Urd, de Norne of (be)schikgodin die het lot van alle wezens spint, is genoemd. Urthunsula betekent letterlijk ‘zuil van Urth’.
Dit is een duidelijk Scandinavische invloed die doet vermoeden dat de Deense Angelen toch op de Veluwe verbleven en daarna nog eeuwenlang contacten hebben onderhouden met het vaste land in de tijd dat de Veluwe een zeer belangrijk gewest was in de lage landen aan de zee. Het gaat hier om de periode van Dorestad en de Veluwse ijzerindustrie, die ook wel de Noordzee cultuur wordt genoemd.

H.v.H.

Visie dorpsraad veranderde in de loop der tijd

Onderwerp: Geschiedenis, Landgoed Spelderholt| Geen reacties »

Onderstaand fragment is gevonden op de site van de Dorpsraad Beekbergen-Lieren. Het komt uit een stuk over Spelderholt van de hand van de heer W. Venema.

“(…) Het Spelderholt is in het ontwerp-structuurplan aangewezen voor “bedrijvenconcentratie en ontwikkelingslocatie bedrijven”. Tijdens de openbare hoorzitting op 3 februari 1994 is er namens de Dorpsraad Beekbergen-Lieren op gewezen, dat de dorpsraad het niet juist zou vinden, indien zich daar in het natuurgebied andere bedrijven zouden kunnen vestigen, nu het onderzoeksinstituut voor pluimvee wordt overgeplaatst. Dat zou ook niet in overeenstemming zijn met de bedoeling van de heer Teixeira de Mattos, oud-wethouder van de gemeente Apeldoorn. In 1997 is de situatie zo gewijzigd dat in de vrijkomende gebouwen van het Spelderholt door Philadelphia ruimte wordt gecreëerd, zodat gehandicapten er aan vakantie natuurprojekten kunnen deelnemen.”

Wilt u het hele stuk lezen? Ga dan naar de site van de dorpsraad: www.raad-beekbergen.nl > artikelen > omgeving > Spelderholt.

Apeldoorn gewild vergaderoord

Onderwerp: Geschiedenis, Landgoed Spelderholt| Geen reacties »

Op de Herenhul, een wat afgelegen heuveltop in het Engelanderholt, vlak achter het Gelre Ziekenhuis in Apeldoorn, herinnert een zwerfsteen aan het roemrijke verleden van deze plek.  Hier werd in de late middeleeuwen recht gesproken, hier vergaderden de hertog van Gelre met edelen, ridders en afgevaardigden van de Gelderse steden. Apeldoorn was namelijk als klein heidedorpje een geliefd vergaderoord. Het lag niet alleen in het hart van de Veluwe, maar vooral op een kruispunt van handelswegen naar alle windstreken. De Harderwijker Heerweg, de drukke handelsroute voor het Veluwse ijzer, voerde dwars door  Engelanderholt, want de Herenhul lag in het hart van het ijzergebied. Bovendien was het hier goed toeven in de tapperijen en logementen. Regelmatig troffen hier in de veertiende en vijftiende  eeuw Overijsselse en Gelderse handelssteden elkaar. Zoals in 1368, toen vertegenwoordigers van Deventer, Zutphen, Harderwijk en Elburg in Beekbergen beraadslaagden over de oorlog tussen de Hanze en Denemarken. Ook in latere jaren werden in het Engelanderholt soortgelijke vergaderingen gehouden, het laatst in 1486. De Herenhul was ook een gerechtsplaats. Er werden alleen zaken in hoger beroep behandeld, vermoedelijk al in de dertiende eeuw, want in 1227 was ene Henricus er judex, richter; de naam Richtersweg is daarvan afgeleid.

Bron: De Stentor
Auteur: W. Nijhof

Lees verder op in Het Canon van Apeldoorn op www.devalkenberg.nl

Geschiedenis van de enk

Onderwerp: Algemeen, Geschiedenis, Landgoed Spelderholt| 1 Reactie »

Cultuur en natuurwaarden van onze buurt ‘Engeland’

Kaart Nederland in de 10e eeuw:
nederl10eeuwenglandi.jpg

Englandi, terwijl Beekbergen, Apeldoorn, Arnhem, Amsterdam etc. nog niet bestonden …….

De buurtschap ‘Engeland’ en de Beekbergse enk

De naam Engeland voor deze buurt komt al voor in een giftbrief uit het jaar 801 na Christus, waarbij Podolfus, zoon van Wibald, zijn hof in Englandi met daarbij behorende
weiden en rechten, alsmede een aandeel in het woud Braclog (Bruggelen) schenkt aan abdij van Werden bij Duisburg aan de Rhur. Volgens sommigen heeft er in die tijd op ons
terrein (Engelanderweg 22), aan de oorsprong van de Oude Beek, een klooster gestaan.
Ook reeds in de prehistorie hebben zich in deze landstreek mensen gevestigd, zoals blijkt uit een grote grafheuvel ten zuidoosten van het Herenhul en uit de vondst van talrijke
urnen met verbrande mensenbeenderen in een groot aantal kuilen, die over een groot gedeelte van Engeland verspreid lagen. Op de Beekbergse Enk tref je zo nu en dan
amateurarcheologen aan met metaaldetectors, die soms zeer oude munten vinden.

Rondom de dorpen ontstonden omstreeks het jaar 1000 geleidelijk aan grotere, aaneengesloten landbouwgronden: de enken. Deze enk is ontstaan aan de westzijde van
de bronnen van de Oude Beek, wat aan het wegenpatroon nog enigszins is te zien. De Enk loopt geleidelijk af van de Stuwwalrand van de Veluwe met de Oude Beek als laagste
punt, dwars op de helling gelegen. De globale begrenzing van de oudste ontginning wordt gevormd door de Engelanderweg en het Engeland (de onverharde weg naast de
tuin aan de Engelanderweg 22), met als kern de streek tegenover de kruising Konijnenkamp/ Engelanderweg.
Op het huis Engelanderweg 29 staat in de gevel ‘Het Rode Hert’. Hier stond vroeger de herberg ‘Het Rode Hert’, waar tot in de negentiende eeuw de geerfden van de Enge-
landermark bijeen kwamen. Om geerfde te mogen zijn moest men een volle of halve hoeve in de mark bezitten. Een hoeve was een landmaat van zo’n 16 hectare. Pas dan
mocht men meepraten over het bestuur van de marke. In 1432 al wordt deze herberg genoemd in een rekening van de stad Arnhem over dat jaar. In de omgeving van de
oude herberg zijn talrijke scherven van Jacoba-kannetjes en ander middeleeuws aardewerk bij het ploegen van de akkers tevoorschijn gebracht. Ook veel middeleeuwse
bakstenen, de z.g. kloostermoppen bleken in de bodem te zitten. In 1880 werd nog een potje met 800 zilveren munten gevonden. De munten waren tussen 1225 en 1237
geslagen en nog maar weinig in omloop geweest.

Behalve een van de oudste is ‘onze’ enk ook een van de best bewaarde enklandschappen van de omgeving. De bosrand langs de enk is sterk gerafeld. Hierdoor heeft de
Enk een lange grens met het bos gekregen. Juist die bosranden maken de Engelanderenk bijzonder geschikt voor zeldzame dieren als dassen, vossen, dag- en nachtroofvogels,
vleermuizen, patrijzen, geelgorzen etc.

De Oude Beek

De Oude Beek wordt al in documenten uit de 9e eeuw genoemd en is een ‘echte’ beek, geen gegraven spreng. De Oude Beek ontspringt in het bosje links naast de wildweide
van Engelanderweg 22 en mondt uiteindelijk bijna 20 km verder via de Voorsterbeek uit in de IJssel. In de Oude Beek vinden we twee heel bijzondere vissoorten, nl. de beekprik
en het bermpje (allebei wettelijk beschermd), terwijl langs de beek bijzondere planten als bittere veldkers, paarbladig goudveil (wettelijk beschermd) en gevlekte orchis groeien.
Bovendien is de Oude Beek één van de drie plekken in Nederland waar de kokerjuffer haetopteryx major nog is aangetroffen. U treft langs de oever een zwarte els aan met
een onderstam van ruim 6 meter omtrek en een in de beek liggende omgevallen eik, waarop een lijsterbes groeit.

De Oude Beek is inmiddels geclassificeerd als ‘Hoogste Ecologische Natuurwaarde’. De grote ecologische waarde wordt vooral veroorzaakt door het schone water. Dit water is
afkomstig van de hogere delen van de Veluwe (diepe kwel) maar ook van de omringende enkgronden (ondiepe kwel). Het diepere kwelwater is eeuwenoud en daardoor rijk aan
kalk, ijzer en carbonaat, maar arm aan stikstof en fosfaat, de stoffen die tegenwoordig het natuurlijk milieu zo vervuilen. Door de constante aanvoer van schoon kwelwater
worden verontreinigingen als het waarde ‘weggedrukt’, zodat een relatief schoon milieu achterblijft. U ziet op vele plekken op de beekoever plassen en stroompjes, die hoger
liggen dan de beek, het kwelwater, want ook bij ons stroomt het water niet omhoog!
De specifieke samenstelling van het kwelwater staat garant voor een aantal bijzondere plantensoorten. Het is dus zaak ervoor te waken dat de bemestingsdruk op de akkers in
de omgeving niet te hoog wordt (o.a. door biologische teelt te stimuleren). Overigens lijkt het erop dat de aantasting van het grondwater al is begonnen: in de
sprengenkoppen verschijnen verdacht veel draadalgen. Door de ruilverkaveling in de vijftiger jaren is een beekarm volledig van de kaart verdwenen. Een nat weilandje
middenin het brongebied is met zand opgehoogd, waardoor een bijzondere, aan kwelwater gebonden vegetatie verloren is gegaan.
De directe omgeving van de Oude Beek is inmiddels onderdeel van de Beekbergse Poort, een beschermde ecologische verbindingszone tussen de Veluwe en de IJssel. Mede
hierom laten wij de wildweide verder verschralen, opdat de natuurlijke vegetatie weer een kans krijgt. Elk jaar komen er meer soorten, waardoor er ook steeds meer
vlindersoorten, libelles, krekels, woelmuizen etc komen, en de roofvogels die daarop afkomen (Steenuil; Sperwer etc).

Het Spelderholt

Tuin 1 is gelegen aan de oprijlaan van het landgoed Het Spelderholt. Het Spelderholt is een historisch landgoed, gesticht begin 1900 door Teixeira de Mattos. Deze heeft rond
1900 750 ha bossen aangelegd op dit gedeelte van de Veluwe (Speldermark, bijgenaamd ‘Het groote Zand’) en een prachtig landgoed gecreeëerd met een kasteeltje (1905) en 10
ha tuin- en parkaanleg naar ontwerp van de bekende tuinarchitect L.A. Springer. Op het Spelderholt bevond zich destijds een rosarium met honderden rozensoorten,
kweekkassen, een moes- en fruittuin en een zeer uitgebreide verzameling bloemen en andere gewassen. De Sequioa is inmiddels 43 meter hoog. In 1921 schonk jhr. Teixeira
de Mattos deze buitenplaats aan de Nederlandse Staat. Ondanks ondermeer het gebruik als Pluimvee-instituut zijn het kasteel en diverse oude gebouwen behouden, evenals vele
historische bomen en de prachtige glooiingen van het park. Een deel van het park heeft Natura 2000-bescherming, het park herbergt beschermde diersoorten als Ringslang,
Hazelworm, Groene en zwarte Specht, Draaihals, Das, Boommarter etc.

Rechtspreken op het Herenhul

Het hoogste gedeelte van het Engelanderholt wordt gevormd door Herenhul, een uitgestrekte heuvel, waar de top in vroeger tijd ‘het hooge gericht’ van het kwartier van
Veluwe van het graafschap – later hertogdom – Gelre werd gehouden. Dit is vanaf Engelanderweg 22/32 bij Engelanderweg 36 de hoek om 200 meter rechtdoor richting
Apeldoorn/A1. Hier werd in hoger beroep het recht uitgesproken. In 1227 vinden we al een zekere Henricus als ‘judex’ (rechter) in Engeland. Tijdens de zogenaamde heimalen
geschiedde de rechtzaak door het ‘Klaren’, het uitspreken van een eindoordeel in de ‘Hooge bank’, een daadwerkelijk uit banken bestaande vierschaar. In de nog in het
Gelders archief te Arnhem aanwezige ‘Klaarboeken’ staan de Engelanderholt behandelde zaken vanaf 1423 opgetekend. Het eerst wordt de gerichtplaats – hoewel niet met name
– genoemd in de oorkonde van 1243. Men is dan bijeen op de Ugchelse ‘berg’ bij Beekbergen, waarmee zo goed als zeker het Herenhul wordt bedoeld. In genoemde
oorkonde gaat het echter niet om een rechtzaak, maar over de overdracht van de hof ‘De Erlehove’ te Vaassen aan het klooster Ter Hunnepe aan de schipbeek bij Deventer.
De koopsom wordt betaald in tegenwoordigheid van de richter Thyace de Emse en de getuigen waaronder de plebanen of onderpastoors: Thitmarus van Apeldoorn en Nicolaas
van Beekbergen. Het Herenhul moet bij een klaring wel een uiterst schilderachtige aanblik hebben geboden. Op de hoogste zetel de landsheer, de hertoghoed met wuivende
pauweveren op het hoofd omringd door de Gelderse edelen en hun knapen, gekleed in kleurige dracht van de 14e en 15e eeuw, met de op de achtergrond het donkergroen
geboomte van het Engelanderholt.
De afgevaardigden van Arnhem voerden als belangrijkste stad van het Veluwse kwartier blijkbaar steeds het wapen van hun stad met zich mee naar het Engelanderholt, waar het
dan tijdens hun verblijf aldaar aan de buitenmuur van herberg het ‘Rode Hert’ prijkte. We lezen tenminste, dat in 1432 Wijnant Leiermoell betaling ontvangt voor het schilderen
van een ‘airn’ op een blauw schild- ‘voir die herberch tot Engelanderholt’. Onze voorouders blijken op het gebied van spijzen en dranken nogal wat gewend te zijn. In de
stadsrekening van Arnhem staat geschreven dat op 12 oktober 1461 de burgermeester van Arnhem, Steven van Delden, met zeven andere afgevaardigden, is ‘gereden en
gevaren tot Engelanderholt ter clarynge mit tween wagenen’. Aan voedsel werd o.a. het volgende meegenomen: 6 molder haver, een aantal eieren, een hamel, 28 pond
rundvlees, 34 pond hammen ende schouderen, 5 maten boter, een portie zout, 3 paar hoenders, een pot mosterd, het nodige brood en ‘spysekruyt’, 1 fles oude wijn. En dit
alles voor enkele dagen.
Het onder dak brengen van veel afgevaardigden en gedaagden zal eveneens voor problemen hebben gezorgd. Verbleven de Arnhemse afgevaardigden gedurende klaring in
herberg het ‘Rode Hert’, vertegenwoordigers van de kleinere steden zullen in een andere herberg een plaats hebben moeten vinden. Mogelijk onderdak was er bij de herbergen
als ‘De Gouden Leeuw’ en ‘De Aap’ in Beekbergen. In laatstgenoemde herberg verbleven steeds de verdachten, waarvan het gezegde ‘jij bent in de aap gelogeerd’ stamt. Een
groot deel van de Veluwse ridderschap zal vermoedelijk in tenten hebben gekampeerd.
Gedurende een zitting van het Veluwse Landgericht heerste er een en al leven in het Engelanderholt. Kooplieden hadden er marktstalletjes opgezet om hun waren aan de man
te brengen. De Gelderse zeventiende eeuwse geschiedschrijver Arend van Slichtenhorst schrijft er over: een vrije Markt wierdt gehouden, alsof er een Leger voor een Stad
gelegen hadde’. Toch bleken de bezwaren welke kleefden aan de verafgelegen plek als het Herenhul. Een verandering kwam dan ook in 1573. Nadat in de morgen van 22
september 1573 de ‘bank’ te Engelanderholt ‘gespannen’ was begaf men zich naar Arnhem om daar de zitting voort te zetten. Nadat in de raadskamer de oordelen op
schrift waren gesteld, keerde men naar het Engelanderholt terug om ze in vereiste volgorde voor te lezen. Na 1620 zijn er op het Engelanderholt geen klaringen meer
gegeven.

Via de Stichting SBNE (www.sbne-beekbergen.nl) streven wij naar verdere verfraaiing en uitbouw van de natuurwaarden van deze prachtige omgeving.
Weet u meer over de geschiedenis van de enk? Mail dat dan naar weele@chello.nl. Dit document is te downloaden van www.sbne-beekbergen en
www.4evergreen.nu.